veranderen: ontwikkelingen in samenleving & organisaties

Veranderen: organisatieontwikkeling en maatschappelijke ontwikkelingen

Frank Kalshoven schreef afgelopen weekend een column in de Volkskrant onder de titel: ‘Vrouwencasus illustreert kneedbaarheid van de toekomst’. In zijn column ging hij in op de factoren die er met elkaar voor zorgden dat het aantal 45+ vrouwen dat werkt boven de 50% is gestegen.

Kalshoven komt tot vier factoren die met elkaar zorgden voor deze ontwikkeling (die ik, maar dat spreekt voor zich, een vooruitgang vind):

  • cultuur. Onze overtuigingen en normen veranderen door persoonlijke ervaringen, nieuwe technologie, gebeurtenissen in de wereld om ons heen. Dus vinden we het nu normaal dat vrouwen werken, ook als er kinderen zijn. Terwijl vrouwen van de generatie van mijn moeder, moesten stoppen met werken. In organisaties hangen cultuur en leiderschap sterk samen. Leiders bepalen met hun doen en laten, welk gedrag in de organisatie gewaardeerd wordt en welk niet. Je kunt zeggen dat dit ook geldt voor het cultuuraspect van onze samenleving. Alleen zijn daar veel meer leiders dan we kunnen overzien. En die leiders streven allemaal andere doelen na. Met veel subculturen als gevolg.
  • wetgeving. Met wetten kunnen we gewenste veranderingen stimuleren en soms ook afdwingen. Organisaties moeten de wetten van een land volgen. Maar kunnen ook zelf regels formuleren waaraan medewerkers zich moeten houden.
  • instituties. Er moeten ook nieuwe gezamenlijke gewoonten, spelregels en organisaties ontstaan. In het geval van arbeid: kinderopvang, deeltijdwerk, andere schoolroosters, overleg tussen werknemers en werkgevers, opleidingen & bijscholing et cetera.
  • geduld. Veel grote maatschappelijke veranderingen hebben tijd en een lange adem nodig. In het geval van deze casus, zo’n 50! jaar. Meestal vinden bedrijven en organisaties dat ze niet zoveel tijd hebben om veranderingen in te voeren. Liefst moet een verandering in korte tijd gefixt zijn.

Ik vind de column interessant omdat hij over ingewikkelde veranderprocessen gaat. De column roept bij mij de vraag op wat je van deze zienswijze kunt gebruiken voor thema’s als ‘je leven lang leren’, ‘duurzame inzetbaarheid’, ‘vitaal aan het werk blijven’, ‘de invoering van het basisinkomen’. Complexe veranderingen in arbeid die spelen op team- en organisatieniveau en die verbonden zijn met maatschappelijke ontwikkelingen.

Voorbeeld: je leven lang leren

Technologische ontwikkelingen en globalisering zorgen ervoor dat werkwijzes, vakken en beroepen steeds sneller veranderen. Soms zelfs verdwijnen of juist ‘opkomen’. Dus moeten we bijna allemaal een leven lang leren. In elk geval een werkend leven lang leren.

In vele delen van de wereld worden we ook steeds ouder. De vooronderstelling op dit moment is, dat we dan langer moeten werken. Of dat ook echt zo gaat zijn, zal mede afhangen van de robotisering. Robots gaan grote delen van het werk overnemen, zo is de voorspelling. Met veel robots aan het werk, zijn er (veel) minder werkende mensen nodig. Of ontstaat er weer ander – niet door robots uit te voeren – werk? En is daar dan ook ook een ‘leven lang leren’ voor nodig?

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor veranderingen in cultuur, wetgeving, instituties en hebben we de tijd om geduldig te wachten tot de gewenste veranderingen zich voltrokken hebben? Hoe kunnen we wetgeving en instituties zo inrichten dat ze met gemak alle ontwikkelingen kunnen volgen en mede vormgeven? Welke cultuur, welke gedragsregels, normen, overtuigingen helpen ons om ons leven, ons werk en onze samenleving zo in te richten dat technologie en globalisering ons verder brengen? En hoe laten we veranderingen in arbeid dus in organiseren hand in hand gaan met de inrichting van onze samenleving?

Waartoe?

Wat ik mis in de column van Kalshoven is de vraag : waarom en waartoe dienen deze veranderingen? Waarom vonden we het eind jaren vijftig eigenlijk belangrijk dat vrouwen bleven werken? Was het een uiting van gelijke rechten, gelijke kansen? Of lag er een economisch motief aan te grondslag? En ik mis de vraag: ‘welke consequenties heeft deze keuze gehad?’. En zijn we daar blij mee?

Kalshoven schrijft: ‘De toekomst blijkt hartstikke kneedbaar, illustreert de vrouwencasus.’ Gelukkig maar. Gelukkig kunnen we – met vallen en opstaan en wat geduld – zelf vorm geven aan onze samenleving. Met behulp van veranderingen in wetgeving, instituties, cultuur en veel geduld en volhardendheid.

Maar als we niet formuleren welke waarden en doelen wij gezamenlijk willen realiseren in deze toekomst, kneden wij mensen niet zelf maar worden we gekneed door technologie, globalisering en door landen en organisaties die hier veel profijt van hebben. Dat lijkt me niet de bedoeling.

Misschien wordt het dus tijd voor een hernieuwd maatschappelijk | politiek debat over de doelen en waarden achter de inrichting van onze samenleving, ons leven en ons werk. Waar willen we eigenlijk met elkaar heen? Welke waarden zetten we centraal in onze samenleving? Wat betekent dat voor onze cultuur, wetgeving, instituties? Welke consequenties heeft voor arbeid, voor organisaties, voor leren & ontwikkelen? En hoe kunnen we dat gezamenlijk met geduld en volhardendheid naar toe werken?

Hoe kijk jij hier naar?

Speak Your Mind

*