Rapporten schrijven

Spreken is zilver, schrijven is goud?

‘Als het eenmaal op papier staat en bij de klant ligt, is het waar…’ verzuchtte eens een deelnemer tijdens de training ‘Hoera voor de lezer’. En achter die waarheid wilde hij vierkant kunnen blijven staan. Dat geldt voor de meeste zakelijk schijvers. Ze willen hun teksten klantgericht, bondig en aantrekkelijk schrijven. En dat blijkt in de praktijk een hele kunde.  Maar gelukkig wel een kunde die te leren is door veel te schrijven, feedback daarop te krijgen en tips te krijgen van ervaren schrijvers.

De Kunst van Anders biedt je die gelegenheid. In een groep bespreek je eigen teksten. Je schrapt, verbetert, begint opnieuw en doet tal van praktische en creatieve ideeen op aan de hand waarvan je een goed schrijver van zakelijke teksten wordt.

De training wordt begeleid door trainers met schrijfervaring. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Wil Princen op 06 55 708153 of w.princen@dekunstvananders.nl

 

Leuk artikel uit de Volkskrant waarin een onderzoek over wat je tussen de regels door kunt lezen, wordt besproken:

Geert Wilders heeft buitengewoon veel behoefte aan macht – meer dan veel andere wereldleiders. Mark Rutte heeft er juist weinig behoefte aan. (3.9.2012)
Dat blijkt althans uit een analyse van toespraken van Wilders, Rutte en Roemer, uitgevoerd door de Ierse hoogleraar neuropsychologie Ian Robertson. Ter gelegenheid van de Nederlandse editie van zijn boek Het Winnaareffect onderwierp Robertson de toespraken aan een standaard woordanalyse uit de politieke psychologie. Daaruit komt onder meer naar voren dat Roemer het minst wantrouwig is en Wilders het meest, en dat alle drie de politici sterk geloven in hun vermogen om gebeurtenissen te beïnvloeden.

Robertson vergeleek de resultaten van de drie Nederlandse politici met die van 51 internationale wereldleiders zoals de Britse oud-premier Tony Blair en verschillende Amerikaanse presidenten. Zo zou Wilders de hoogste behoefte aan macht ooit gemeten hebben. Alle drie de Nederlandse leiders scoorden laag op zelfvertrouwen en doelgerichtheid, maar Robertson vermoedt dat dit duidt op een cultureel verschil: wellicht zijn Nederlandse politici in hun speeches wat bescheidener.

Formuleringen
Bij de analyse, ontworpen door de vooraanstaande Amerikaanse politiek psychologe Margareth Hermann, worden toespraken doorgespit op woorden die verschillende leiderschapskarakteristieken moeten verraden. Zo zou de behoefte aan macht blijken uit werkwoorden die op een aanval duiden of die het gedrag van anderen moeten beïnvloeden, zoals ‘eisen’ of ‘adviseren’.

Wantrouwen komt naar voren uit formuleringen die vrees veroorzaken of aangeven dat anderen de spreker schade willen toebrengen. Zoals ‘dreiging’ of ‘vijandig’. Geloof in het eigen vermogen om gebeurtenissen te beïnvloeden blijkt uit werkwoorden die op een actie van de leider duiden, zegt Robertson, die zijn conclusies dinsdag wil presenteren tijdens een debat in De Balie.

Een ludieke aanpak, die wel als nadeel heeft dat hij veel waarde toekent aan wat politici zeggen, reageert hoogleraar organisatiepsychologie Mark van Vugt desgevraagd. ‘Ons brein is gedurende miljoenen jaren geëvolueerd om leiders te volgen en slechts de laatste 60 duizend jaar hebben we de beschikking over taal. Daarom reageren onze hersenen meer op fysieke eigenschappen zoals expressie en intonatie dan op wat leiders precies zeggen.’